Categorie: Van de voorzitter

Certificeren in stroomversnelling

Certificeren in stroomversnelling

Al eerder in deze kolommen hebben we gewezen op de toegevoegde waarde van het gecertificeerd zijn. Hoewel veel opdrachtgevers van monumenten, zowel (semi-) overheden als particuliere, nog huiverig zijn hun onderhouds- en restauratiewerkzaamheden uitsluitend aan gecertificeerde bedrijven te gunnen, is er wel een kentering in het denken over kwaliteit. Tal van rapporten, van provincies, instandhoudingsorganisaties, tot aan de evaluatie van de SIM toe (Subsidie Instandhouding Monumenten), spreken zich nadrukkelijk uit over eminente belang van een kwalitatief hoogwaardige uitvoering. Dat is al een hele stap vooruit. Maar het zijn niet alleen maar onwil en vrees voor een hoge prijs die opdrachtevers doet aarzelen met gecertificeerde bedrijven in zee te gaan. De meeste branches tellen er ook te weinig, waardoor het voor een opdrachtgever moeilijk is een keuze te maken op grond van een afgewogen oordeel.

De 10 brancheorganisaties die deel uitmaken van het GA-Platform hebben daarom de handen ineengeslagen en zijn vastberaden het aantal gecertificeerde bedrijven flink uit te breiden. Daartoe organiseren ze op 15 september een informatiedag waar een 3-tal Certificerende Instellingen (CI’s) zich presenteren, KIWA/Hobeon, EBN en TUV. Op grond hiervan overleggen de branchebesturen met hun leden over de beste opties. Vóór het einde van 2021 moet er duidelijkheid zijn met welke partners de leden-bedrijven in zee willen/kunnen gaan.

“Zwartboek” en “witboek”

“Zwartboek” en “witboek”

Het komt helaas nog steeds regelmatig voor dat ondeskundigen zich op het restaureren storten en daarmee monument en bedrijfstak schade berokkenen. Zo worden Uitvoeringsrichtlijnen (URL’s) achteloos terzijde geschoven, goedkope studenten ingezet, plaatselijk bevriende maar ongekwalificeerde bedrijven van opdrachten voorzien, etc. Talrijk zijn de meldingen hierover die bij ons binnenkomen.

Wat doen we hiermee? In de eerste plaats hebben we als GA-Platform Restauratie besloten een “zwartboek” aan te leggen, met tal van voorbeelden van zaken

die in onze ogen niet kunnen of mogen. Van opdrachtgevers die willens en wetens hun boekje te buiten gaan en gekwalificeerde bedrijven die de dupe zijn. Wel zullen we de voorbeelden zoveel mogelijk anonimiseren, want een heksenjacht willen we persé niet. We verwachten hier in het najaar van 2021 mee gereed te zijn.

Met dit ‘zwartboek” zullen we zoveel mogelijk opdrachtgevers proberen te bereiken. Ook zal het deel uitmaken van de gesprekken die we hebben met de Architecten en Hoofdaannemers, omdat ook zij worden geconfronteerd met excessen en het ons aller vaste voornemen is de hele keten (van architect tot gespecialiseerd bedrijf) kwalitatief op een hoger peil te brengen. Beunhazerij in de breedste zin van het woord willen we waar mogelijk bestrijden.

Maar we wensen niet te volstaan met de beschuldigende vinger naar anderen te wijzen. Met voorbeelden waar het wel goed gaat, en dat geldt gelukkig het merendeel van de opdrachten, willen we aantonen dat als iedereen zich aan de basis kwaliteitsafspraken houdt monumenten uiteindelijk de grote winnaars zijn. En die voorbeelden verwerken we dan weer in een “witboek”. Of we het “zwartboek” en het “witboek” in één band uitbrengen, is nog niet te zeggen.

Monumenten verdienen kwaliteitsimpuls

Monumenten verdienen kwaliteitsimpuls

Manifest voor een betere kwaliteitsketen voor de instandhouding van monumenten

Monumenten zijn van onschatbare waarde voor de leefomgeving. Ze hebben een zeldzaam maatschappelijk belang in het koppelen van verleden aan heden en zijn onmisbaar voor omgevingsidentiteit en beeldkwaliteit op nationaal, regionaal en lokaal niveau. Hoe belangrijk ze zijn, wordt dezer dagen extra duidelijk, nu ze in de coronacrisis als gebouwde en groene iconen in stad en landschap door hun unieke uitstraling volop afleiding en ontspanning bieden. Maar, hoe staat het met de zorg voor het erfgoed?

Monumenten zijn van  onschatbare waarde voor de leefomgeving, zoals op het Museumplein in Amsterdam, waar mensen recreëren voor het Rijksmuseum
(fotograaf: Arjen Veldt Photography).

Monumenten zijn uniek in uiterlijk, materiaalgebruik en toegepaste ambachten en vragen regelmatig, specialistisch, consciëntieus en kwalitatief hoogwaardig onderhoud. Eigenaren van monumenten staan bovendien voor nieuwe opgaven als verduurzaming en klimaatadaptatie, opgaven die beiden om specialistische oplossingen vragen en om extra financiële middelen. Wordt er voldoende kwaliteit geleverd en beschikken alle betrokken partijen over de juiste kennis voor een verantwoorde instandhouding van onze monumenten? Investeren in monumenten is investeren in de slagader van de samenleving. Dat is noodzakelijk om het erfgoed te behouden, want door (onbewuste) ondeskundigheid gaan helaas nog te vaak monumentale waarden verloren en worden subsidies onbedoeld niet doelmatig besteed.

In de hele keten van instandhouding zitten kwetsbare schakels, die moeten worden versterkt. Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van drie koepelorganisaties uit de restauratiebranche, de Vereniging van Architecten Werkzaam in de Restauratie (VAWR), de Vakgroep Restauratie en het GA-platform Restauratie. Uit het onderzoek zijn zeven aanbevelingen gekomen om de kwaliteit in de hele keten te verbeteren, die beschreven zijn in het ‘Manifest voor een betere kwaliteitsketen voor de instandhouding van monumenten’:

Er zijn aanzienlijke mogelijkheden tot verbetering in de voorlichting aan (met name particuliere) eigenaren van monumenten (1). Overheden (vooral gemeenten) zouden beter toegerust moeten worden om hun taken, zoals toezicht en handhaving, uit te voeren (2).

De regels rond subsidies voor instandhouding moeten de flexibiliteit bieden die nodig is tijdens restauratieprojecten (3). De grote maatschappelijke waarde van het gebouwde en groene erfgoed rechtvaardigt een structurele verhoging van de extra middelen om de kwaliteit in de keten structureel te verbeteren (4). De Minister van OCW dient tevens de ontwikkeling en het behoud van vakmanschap te bevorderen met een structurele financiële ondersteuning van restauratieonderwijs (5). De Minister van OCW wordt gevraagd om voor de instandhouding van ons erfgoed samenwerking met andere ministeries te organiseren (6). Tot slot, de bedrijven in de monumentensector willen betrokken worden bij het bevorderen van de kwaliteit van instandhouding van monumenten (7).

Branchescholing restauratiebedrijven op stoom

Branchescholing restauratiebedrijven op stoom

NCE staat voor Nationaal Centrum Erfgoedopleidingen, een nog jonge organisatie die met steun van het Ministerie van OC&W de brancheopleidingen in onderhoud en restauratie van monumenten ter hand neemt. Tijdens de crisisjaren in de bouw waren de meeste opleidingen diep in de bureauladen opgeborgen omdat de aanwas van nieuwe leerlingen en instromers een forse inzinking kende. Eigenlijk vreemd, want de opeenvolgende crises troffen de nieuwbouw veel harder dan de monumentenzorg. Onderhoud en restauratie van monumenten berust namelijk voor een aanzienlijk deel op overheidsfinanciering en dat budget werd in die crisisjaren nauwelijks aangetast. Hooguit werden bepaalde werken even on-hold gezet. Logischerwijs zou je hebben kunnen verwachten dat jongeren de weg naar de monumentenzorg, al was het maar als sluiproute, in groten getale hadden gevonden, maar niets was minder waar. Alles wat maar een beetje naar bouw riekte, werd als perspectiefloos gezien.

Toen kwam de ommekeer. De bouw trok fors aan met gunstige langjarige vooruitzichten en ook de erfgoedbranche kwam, mede door de inhaalvraag van de tijdelijk stilgelegde projecten, weer flink op stoom. Prompt begon de arbeidsmarkt voor deze bedrijven, zowel in bruin als in groen erfgoed, weer een beetje op drift te raken. En toen was Leiden is last, want veel branches konden hun opleidingen niet meer vinden in die bureauladen of als ze die wel op het spoor kwamen, ontbrak de nodige actualiteit.

NCE is met die branches keihard aan de slag gegaan, heeft met tal van branchedeskundigen verouderd lesmateriaal afgestoft en veel nieuw materiaal toegevoegd. Het resultaat mag er wezen. Vrijwel alle brancheopleidingen zijn weer rijp voor het leslokaal, fysiek en digitaal, en voorzien van de alleractueelste lesstof. De eerste branches scholen al weer volop. In het lopende jaar tijd leidt NCE niet minder dan 150 cursisten op, verdeeld over de verschillende branches.

NCE is een stichting zonder winstoogmerk, en werkt met subsidies van OC&W en lesgelden van de deelnemende bedrijven. Omdat de bijdrage van het ministerie eind 2021 grotendeels zou aflopen, en NCE de bijdrage van de bedrijven zo laag mogelijk wil houden, heeft ze een beroep op het ministerie gedaan een Scholingsfonds in het leven te roepen. En niet tevergeefs, want Minister Van Engelshoven heeft dit verzoek voor in ieder geval 2021 met een fors bedrag gehonoreerd.

Proficiat, NCE.

Impasse certificering doorbreken

Impasse certificering doorbreken

De discussie over nut en noodzaak van het certificeren van bedrijven die monumenten onderhouden en restaureren, speelt al jaren. Echt veel opschieten doet die discussie niet. Het woord certificeren dreigt inmiddels zo’n beladen begrip te worden, dat ik liever spreek van erkennen. Van ERM-erkende-bedrijven. ERM is de stichting die de kwaliteitsrichtlijnen opstelt, in samenspraak met alle betrokkenen, en bovendien bepaalt aan welke eisen een bedrijf moet voldoen om die erkenning te krijgen. Veel opdrachtgevers, zowel overheden als particuliere, hanteren inmiddels wel de richtlijnen die de kwaliteit van de uitvoering van een restauratiewerk voorschrijven, maar het inhuren van een bedrijf dat aantoonbaar beschikt over de kennis en vaardigheden om die kwaliteit te garanderen, is ze nog te vaak een brug te ver. Argument daarbij is dat men niet wenst te worden beperkt in de keuze van een bedrijf en erkende bedrijven schaars en duur zijn. Veelal zwicht een opdrachtgever uiteindelijk toch voor de laagste prijs, en wordt het risico van niet herstelbare fouten door onoordeelkundig werk op de koop toegenomen. Wat zich hier wreekt is dat het monumenteigenaren, zeker de “enkelpandigen”, vaak de kennis ontbeert om de consequenties van bepaalde keuzes te overzien. Het gezegde “goedkoop is duurkoop” zou in monumentenland uitgevonden kunnen zijn.

Extra investeren

Bedrijven op hun beurt aarzelen in erkenningen te investeren. Je moet personeel extra scholen, extra honoreren, erkenningen aanvragen en jaarlijks laten valideren, wat vele duizenden euro’s aan kosten met zich meebrengt. Wanneer je niet de geringste zekerheid hebt die extra investeringen te kunnen terugverdienen, waarom zou je dan je nek uitsteken en beter willen zijn dan je concurrenten?

Laagste prijs

Hoewel het aantal erkenningen licht -zeer licht wel te verstaan- stijgt moeten we vaststellen dat we in een impasse zitten. Kind van de rekening is de kwaliteit. Waar opdrachtgevers de laagste prijs blijven omarmen, erkende bedrijven zich afvragen of hun stempel enige toegevoegde waarde heeft en potentiële toetreders de kat uit de boom blijven kijken, is kwaliteit de grote verliezer. Het gekke is, dat alle betrokkenen, voorop het Ministerie van OC&W, kwaliteit juist met hoofdletters schrijven. De vraag is nu, hoe dit abstracte kwaliteitsbesef kan worden geconcretiseerd.

Bezitters van monumenten en restauratiebedrijven bevinden zich in een loterij zonder nieten, een tombola. Nieuwe materialen, innovatieve technologieën, ingrijpende wetgeving, verduurzaming, klimaatschommelingen en een groeiend aantal herbestemmingen, het komt allemaal op ons af met windkracht 6. Laat het vooral een warme zuidenwind en geen kille oostenwind worden. Met kwaliteit als moreel kompas en goedbedoeld maar abstract containerbegrip kunnen we dan niet meer uit de voeten.

Impasse doorbreken

Het GA-Platform Restauratie is er alles aan gelegen de impasse te doorbreken. De nieuwe kabinetsperiode zou een uitstekend “vehikel” zijn om partijen te stimuleren elkaar te omarmen in plaats van elkaar te mijden. Aan ons zal het niet liggen.

Notities van de voorzitter

Notities van de voorzitter

Wat bespreken we in het GA-Platform zoal met elkaar?

De elf bij het GA-Platform Restauratie aangesloten brancheorganisaties komen 3 keer per jaar bijeen. Ook woensdag 9 september was het weer zover, helaas voor de tweede achtereenvolgende keer via dat weinig uitnodigende beeldscherm. Als er één beroepsgroep te vereenzelvigen is met -mooie- plaatjes, van al die vakkundige ambachtelijke produkten waar onze site vol mee staat, zijn wij het wel, maar nu waren de deelnemers van de vergadering de plaatjes die dienden als ondersteuning van de praatjes. Alles went uiteindelijk.

Enkele interessante punten uit die vergadering laten we hier de revue passeren.

Hoofdaannemers en GA-aannemers vinden elkaar

Twee belangrijke gasten, bestuursleden van de Vakgroep Restauratie, de hoofdaannemers, spraken met de elf leden van het Platform over de relatie hoofdaannemer-gespecialiseerde aannemer, en daarmee over de kwaliteit van de restauratieketen. Gespecialiseerde bedrijven (de GA’s) klagen nogal eens dat opdrachtgevers en hoofdaannemers de echte kwaliteitsspecialisten overslaan omdat die te duur zouden zijn. Hoofdaannemers werpen daar tegen op dat het aantal hooggekwalificeerde specialisten te gering is om voldoende keuze te hebben. Lang dreigde een impasse, maar beide partijen hebben nu afgesproken er alles aan te doen om de problemen het hoofd te bieden en niet langer de prijs maar de kwaliteit als richtsnoer te gebruiken voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Gezamenlijk zullen we optrekken om opdrachtgevers te overtuigen dat ze het beste uit zijn met teams van de echte kwaliteitsleveranciers. Dat ze minder moeten letten op het besparen van korte termijn centjes en meer oog hebben voor de euro’s die ze op de langere termijn besparen. Onder het motto: “als je het doet, doe het dan goed”. Voor de subsidieverstrekkende overheden een opdracht en een mooie kans. Ook met de architecten zal hierover uitvoerig worden gesproken.

Een mooi resultaat, met hopelijk grote gevolgen voor de kwaliteit van het onderhoud van onze monumenten.

Hobbels voor Certificering

Veel branches met kleinere leden-bedrijven worstelen met certificering. Alle leden werken zonder uitzondering met de door ERM en RCE opgestelde uitvoeringsrichtlijnen (URL’s), over hoe het werk moet worden uitgevoerd, maar het zelf gecertificeerd zijn wil nog niet altijd lukken. Eén van de boosdoeners is de kosten, de eenmalige bij het begin van het certificeringstraject en de vervolgkosten bij de audits. Ook zien bedrijven op tegen de papierrommel en twijfelen ze aan het rendement. Ze hebben, uit ervaring, weinig vertrouwen dat opdrachtgevers hun kwalteitsinspanningen belonen met opdrachten. En als te weinig bedrijven investeren in pure restauratiekwaliteit, holt de specialistische kennis en kunde achteruit en zijn de monumenten de dupe.

Branches hebben nu besloten hun ervaringen met Certificerende Instellingen uit te wisselen en te kijken hoe kosten en opbrengsten beter kunnen sporen.

Cultureel Ondernemerschap; vakspecialisten bijspijkeren

In het voorjaar zijn er tal van proeven geweest met de organisatie van workshops en later webinars om het ondernemerschap van de GA-ondernemers, die vakmatig uitstekend zijn geschoold maar als ondernemer niet altijd goed uit de voeten kunnen, te professionaliseren. Het ziet er naar uit dat dit initiatief een follow-up krijgt. Deelnemende ondernemers waren in grote meerderheid enthousiast, ook omdat vakspecialisten vanuit alle mogelijke ambachten door elkaar zaten en tot de ontdekking kwamen uniek geachte problemen toch niet zo uniek waren als men dacht.

Groot onderzoek achterban GA-Platform

Over twee weken kunnen we daar meer over meedelen. Momenteel leggen we er de laatste hand aan. Het lijkt er indrukwekkend en bijzonder interessant te gaan uitzien. We zullen het heel breed verspreiden.