Categorie: Van de voorzitter

Branchescholing restauratiebedrijven op stoom

Branchescholing restauratiebedrijven op stoom

NCE staat voor Nationaal Centrum Erfgoedopleidingen, een nog jonge organisatie die met steun van het Ministerie van OC&W de brancheopleidingen in onderhoud en restauratie van monumenten ter hand neemt. Tijdens de crisisjaren in de bouw waren de meeste opleidingen diep in de bureauladen opgeborgen omdat de aanwas van nieuwe leerlingen en instromers een forse inzinking kende. Eigenlijk vreemd, want de opeenvolgende crises troffen de nieuwbouw veel harder dan de monumentenzorg. Onderhoud en restauratie van monumenten berust namelijk voor een aanzienlijk deel op overheidsfinanciering en dat budget werd in die crisisjaren nauwelijks aangetast. Hooguit werden bepaalde werken even on-hold gezet. Logischerwijs zou je hebben kunnen verwachten dat jongeren de weg naar de monumentenzorg, al was het maar als sluiproute, in groten getale hadden gevonden, maar niets was minder waar. Alles wat maar een beetje naar bouw riekte, werd als perspectiefloos gezien.

Toen kwam de ommekeer. De bouw trok fors aan met gunstige langjarige vooruitzichten en ook de erfgoedbranche kwam, mede door de inhaalvraag van de tijdelijk stilgelegde projecten, weer flink op stoom. Prompt begon de arbeidsmarkt voor deze bedrijven, zowel in bruin als in groen erfgoed, weer een beetje op drift te raken. En toen was Leiden is last, want veel branches konden hun opleidingen niet meer vinden in die bureauladen of als ze die wel op het spoor kwamen, ontbrak de nodige actualiteit.

NCE is met die branches keihard aan de slag gegaan, heeft met tal van branchedeskundigen verouderd lesmateriaal afgestoft en veel nieuw materiaal toegevoegd. Het resultaat mag er wezen. Vrijwel alle brancheopleidingen zijn weer rijp voor het leslokaal, fysiek en digitaal, en voorzien van de alleractueelste lesstof. De eerste branches scholen al weer volop. In het lopende jaar tijd leidt NCE niet minder dan 150 cursisten op, verdeeld over de verschillende branches.

NCE is een stichting zonder winstoogmerk, en werkt met subsidies van OC&W en lesgelden van de deelnemende bedrijven. Omdat de bijdrage van het ministerie eind 2021 grotendeels zou aflopen, en NCE de bijdrage van de bedrijven zo laag mogelijk wil houden, heeft ze een beroep op het ministerie gedaan een Scholingsfonds in het leven te roepen. En niet tevergeefs, want Minister Van Engelshoven heeft dit verzoek voor in ieder geval 2021 met een fors bedrag gehonoreerd.

Proficiat, NCE.

Impasse certificering doorbreken

Impasse certificering doorbreken

De discussie over nut en noodzaak van het certificeren van bedrijven die monumenten onderhouden en restaureren, speelt al jaren. Echt veel opschieten doet die discussie niet. Het woord certificeren dreigt inmiddels zo’n beladen begrip te worden, dat ik liever spreek van erkennen. Van ERM-erkende-bedrijven. ERM is de stichting die de kwaliteitsrichtlijnen opstelt, in samenspraak met alle betrokkenen, en bovendien bepaalt aan welke eisen een bedrijf moet voldoen om die erkenning te krijgen. Veel opdrachtgevers, zowel overheden als particuliere, hanteren inmiddels wel de richtlijnen die de kwaliteit van de uitvoering van een restauratiewerk voorschrijven, maar het inhuren van een bedrijf dat aantoonbaar beschikt over de kennis en vaardigheden om die kwaliteit te garanderen, is ze nog te vaak een brug te ver. Argument daarbij is dat men niet wenst te worden beperkt in de keuze van een bedrijf en erkende bedrijven schaars en duur zijn. Veelal zwicht een opdrachtgever uiteindelijk toch voor de laagste prijs, en wordt het risico van niet herstelbare fouten door onoordeelkundig werk op de koop toegenomen. Wat zich hier wreekt is dat het monumenteigenaren, zeker de “enkelpandigen”, vaak de kennis ontbeert om de consequenties van bepaalde keuzes te overzien. Het gezegde “goedkoop is duurkoop” zou in monumentenland uitgevonden kunnen zijn.

Extra investeren

Bedrijven op hun beurt aarzelen in erkenningen te investeren. Je moet personeel extra scholen, extra honoreren, erkenningen aanvragen en jaarlijks laten valideren, wat vele duizenden euro’s aan kosten met zich meebrengt. Wanneer je niet de geringste zekerheid hebt die extra investeringen te kunnen terugverdienen, waarom zou je dan je nek uitsteken en beter willen zijn dan je concurrenten?

Laagste prijs

Hoewel het aantal erkenningen licht -zeer licht wel te verstaan- stijgt moeten we vaststellen dat we in een impasse zitten. Kind van de rekening is de kwaliteit. Waar opdrachtgevers de laagste prijs blijven omarmen, erkende bedrijven zich afvragen of hun stempel enige toegevoegde waarde heeft en potentiële toetreders de kat uit de boom blijven kijken, is kwaliteit de grote verliezer. Het gekke is, dat alle betrokkenen, voorop het Ministerie van OC&W, kwaliteit juist met hoofdletters schrijven. De vraag is nu, hoe dit abstracte kwaliteitsbesef kan worden geconcretiseerd.

Bezitters van monumenten en restauratiebedrijven bevinden zich in een loterij zonder nieten, een tombola. Nieuwe materialen, innovatieve technologieën, ingrijpende wetgeving, verduurzaming, klimaatschommelingen en een groeiend aantal herbestemmingen, het komt allemaal op ons af met windkracht 6. Laat het vooral een warme zuidenwind en geen kille oostenwind worden. Met kwaliteit als moreel kompas en goedbedoeld maar abstract containerbegrip kunnen we dan niet meer uit de voeten.

Impasse doorbreken

Het GA-Platform Restauratie is er alles aan gelegen de impasse te doorbreken. De nieuwe kabinetsperiode zou een uitstekend “vehikel” zijn om partijen te stimuleren elkaar te omarmen in plaats van elkaar te mijden. Aan ons zal het niet liggen.

Notities van de voorzitter

Notities van de voorzitter

Wat bespreken we in het GA-Platform zoal met elkaar?

De elf bij het GA-Platform Restauratie aangesloten brancheorganisaties komen 3 keer per jaar bijeen. Ook woensdag 9 september was het weer zover, helaas voor de tweede achtereenvolgende keer via dat weinig uitnodigende beeldscherm. Als er één beroepsgroep te vereenzelvigen is met -mooie- plaatjes, van al die vakkundige ambachtelijke produkten waar onze site vol mee staat, zijn wij het wel, maar nu waren de deelnemers van de vergadering de plaatjes die dienden als ondersteuning van de praatjes. Alles went uiteindelijk.

Enkele interessante punten uit die vergadering laten we hier de revue passeren.

Hoofdaannemers en GA-aannemers vinden elkaar

Twee belangrijke gasten, bestuursleden van de Vakgroep Restauratie, de hoofdaannemers, spraken met de elf leden van het Platform over de relatie hoofdaannemer-gespecialiseerde aannemer, en daarmee over de kwaliteit van de restauratieketen. Gespecialiseerde bedrijven (de GA’s) klagen nogal eens dat opdrachtgevers en hoofdaannemers de echte kwaliteitsspecialisten overslaan omdat die te duur zouden zijn. Hoofdaannemers werpen daar tegen op dat het aantal hooggekwalificeerde specialisten te gering is om voldoende keuze te hebben. Lang dreigde een impasse, maar beide partijen hebben nu afgesproken er alles aan te doen om de problemen het hoofd te bieden en niet langer de prijs maar de kwaliteit als richtsnoer te gebruiken voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Gezamenlijk zullen we optrekken om opdrachtgevers te overtuigen dat ze het beste uit zijn met teams van de echte kwaliteitsleveranciers. Dat ze minder moeten letten op het besparen van korte termijn centjes en meer oog hebben voor de euro’s die ze op de langere termijn besparen. Onder het motto: “als je het doet, doe het dan goed”. Voor de subsidieverstrekkende overheden een opdracht en een mooie kans. Ook met de architecten zal hierover uitvoerig worden gesproken.

Een mooi resultaat, met hopelijk grote gevolgen voor de kwaliteit van het onderhoud van onze monumenten.

Hobbels voor Certificering

Veel branches met kleinere leden-bedrijven worstelen met certificering. Alle leden werken zonder uitzondering met de door ERM en RCE opgestelde uitvoeringsrichtlijnen (URL’s), over hoe het werk moet worden uitgevoerd, maar het zelf gecertificeerd zijn wil nog niet altijd lukken. Eén van de boosdoeners is de kosten, de eenmalige bij het begin van het certificeringstraject en de vervolgkosten bij de audits. Ook zien bedrijven op tegen de papierrommel en twijfelen ze aan het rendement. Ze hebben, uit ervaring, weinig vertrouwen dat opdrachtgevers hun kwalteitsinspanningen belonen met opdrachten. En als te weinig bedrijven investeren in pure restauratiekwaliteit, holt de specialistische kennis en kunde achteruit en zijn de monumenten de dupe.

Branches hebben nu besloten hun ervaringen met Certificerende Instellingen uit te wisselen en te kijken hoe kosten en opbrengsten beter kunnen sporen.

Cultureel Ondernemerschap; vakspecialisten bijspijkeren

In het voorjaar zijn er tal van proeven geweest met de organisatie van workshops en later webinars om het ondernemerschap van de GA-ondernemers, die vakmatig uitstekend zijn geschoold maar als ondernemer niet altijd goed uit de voeten kunnen, te professionaliseren. Het ziet er naar uit dat dit initiatief een follow-up krijgt. Deelnemende ondernemers waren in grote meerderheid enthousiast, ook omdat vakspecialisten vanuit alle mogelijke ambachten door elkaar zaten en tot de ontdekking kwamen uniek geachte problemen toch niet zo uniek waren als men dacht.

Groot onderzoek achterban GA-Platform

Over twee weken kunnen we daar meer over meedelen. Momenteel leggen we er de laatste hand aan. Het lijkt er indrukwekkend en bijzonder interessant te gaan uitzien. We zullen het heel breed verspreiden.